VPV-I
De VPV-I is een vragenlijst waarmee ouders, opvoeders of andere betrokkenen de psychosociale vaardigheden van kinderen en jongeren in kaart brengen. Het gaat om interpersoonlijke vaardigheden (relationeel en affectief) en intrapersoonlijke vaardigheden (zelfsturing en zelfbewustzijn).
Behandelcontext
Voor wie is de VPV-I bedoeld?
De vragenlijst is geschikt voor kinderen en jongeren van 9 tot en met 18 jaar.
Wat meet de VPV-I?
De VPV brengt de psychosociale vaardigheden van jeugdigen in kaart. Het gaat hierbij om interpersoonlijke vaardigheden (relationele en affectieve vaardigheden) en intrapersoonlijke vaardigheden (zelfsturing en zelfbewustzijn). De VPV kan worden ingezet als zelfrapportagevragenlijst (VPV-Z) of als informantenversie bij bijvoorbeeld ouders of verzorgers (VPV-I).
Hoe is de VPV-I vragenlijst opgebouwd?
De VPV bestaat uit 36 stellingen met een multiple choice antwoord. De antwoorden worden gescoord op een 5-puntsschaal oplopend van “Helemaal niet mee eens” (1) tot “Helemaal mee eens” (5).
Hoe werkt de scoring van de VPV-I?
De score wordt bepaald door de antwoorden van de vragen op te tellen.
- Totaalscore VPV
- Interpersoonlijke vaardigheden
- Intrapersoonlijke vaardigheden
- Relationele vaardigheden
- Affectieve vaardigheden
- Zelfsturing
- Zelfbewustzijn
De COTAN heeft de VPV geëvalueerd. De normen en betrouwbaarheid worden als goed beoordeeld, de begripsvaliditeit als voldoende en de criteriumvaliditeit als onvoldoende wegens een te beperkt onderzoek.
Er zijn twee normgroepen beschikbaar: een informantenrapportage normgroep en een zelfrapportage normgroep.
Totstandkoming & bron
van der Ploeg, J. & Scholte, E. (2013). Vragenlijst Psychosociale vaardigheden. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Dit materiaal is auteursrechtelijk beschermd. Kopiëren of redistributie zonder schriftelijke toestemming is niet toegestaan.
