ACQ
Deze vragenlijst meet hoe vaak iemand bepaalde gedachten of zorgen heeft tijdens paniekaanvallen. De lijst heeft 14 vragen en sluit aan bij het cognitieve model voor paniekstoornis. Er zijn twee subschalen: fysieke gevolgen en sociale gevolgen.
Behandelcontext
Voor wie is de ACQ bedoeld?
Deze vragenlijst is geschikt voor volwassenen.
Wat meet de ACQ?
De ACQ meet de frequentie van bepaalde gedachten of zorgen die men kan hebben tijdens paniekaanvallen. De lijst sluit aan bij het cognitieve model voor paniekstoornis.
Hoe is de ACQ vragenlijst opgebouwd?
De ACQ bestaat uit 14 vragen met vijf antwoordmogelijkheden, lopend van “de gedachte komt nooit voor” (= 1) tot “de gedachte komt voortdurend voor” (= 5).
Hoe werkt de scoring van de ACQ?
De score wordt berekend door de gemiddelden te berekenen. Naast de totaalscore worden twee subschalen onderscheiden:
- Fysieke gevolgen: Betreft de zorgen die iemand heeft over de mogelijke fysieke gevolgen (bijv. “ik krijg een hartaanval”).
- Sociale gevolgen: Betreft de angst met betrekking tot de sociale gevolgen van angst (bijv. “ik ga me gek gedragen”).
De interne consistentie van de drie subschalen is goed; de validiteit is hoog. De schaal is gevoelig voor therapie-effect.
Er zijn normtabellen voor mannen en vrouwen, ten opzichte van ‘normalen’ en patiënten.
Totstandkoming & bron
De Beurs, E. (1993). The assessment and treatment of panic disorder with agoraphobia. Amsterdam, The Netherlands: Thesis publishers.
Nederlandse vertaling: W.A. Arrindell, RUG Groningen.
Dit materiaal is auteursrechtelijk beschermd. Kopiëren of redistributie zonder schriftelijke toestemming is niet toegestaan.
